Assen zette zich schrap om een slag die niet doorging

Assen zette zich schrap om een slag die niet doorging

13 apr 2021

Op 13 april 1945 werd Assen bevrijd. En niet alleen Assen, want uit een groot deel van Drenthe zijn die dag de bezetters verdreven. Wie afgaat op de filmpjes en foto’s en zelfs de meeste verhalen van die bevrijding krijgt het beeld dat er van een ‘slag om Assen’ geen enkele sprake was. Wie kent niet die beroemde foto van Jan Otter waarop verpleegsters van het ziekenhuis met Canadese soldaten over de Brink zwierden? Maar klopt dat beeld wel?


Het verloop van de slag van Assen

De Assenaren hebben zich echt schrap gezet voor een heftige strijd. Massaal was een veilig plekje opgezocht voor de nacht van 12 op 13 april toen de beschietingen rond de stad dichterbij kwamen. In een paar uur tijd is Assen bevrijd en konden de geallieerde troepen doorstomen naar Groningen. Het schaarse foto- en filmmateriaal van die bevrijding toont een lange rij militaire voertuigen, die zonder enige tegenstand en toegejuicht door de Assenaren over de Beilerstraat en de Dr. Nassaulaan de stad inreden.

Maar weinigen staan er bij stil dat dat niet de manschappen waren die de Duitsers de stad uit hebben gejaagd. Die waren namelijk al een paar dagen eerder bezig om de stad in te nemen en waren al weer verder getrokken toen de grote intocht begon. Het mag dan snel geregeld zijn, het zou de slachtoffers tekort doen om te beweren dat het gladjes is verlopen. Hoeveel slachtoffers de bevrijding van de stad heeft gekost is niet precies na te gaan, omdat de Duitse cijfers niet bekend zijn. Maar het moeten er toch enkele tientallen zijn geweest: Duitsers, Fransen, Canadezen en burgers.

De para’s

Het begon al met de zevenhonderd Franse parachutisten die boven Drenthe gedropt waren om verwarring te zaaien en belangrijke bruggen zeker te stellen voor de oprukkende Canadese en Poolse troepen. Aan de noordwestkant van Assen landen vier ‘sticks’ van 14 para’s; een daarvan bij Huis ter Heide op de drempel van de stad. Twaalf van hen overleefden de strijd om de stad niet. Hetzelfde gold voor landwachter Tiete Blauw en naar verluid tenminste 21 Duitse soldaten. Drie van de Franse para’s hoorden bij de veertien mensen die op 10 april op het Stadsbroek zijn geëxecuteerd. De anderen waren verzetslieden en een paar zwarthandelaren.

Voor de gesneuvelde para’s is tegenover de kazerne aan de Vaart het Franse paramonument opgericht. Lange tijd was nauwelijks bekend hoe belangrijk de rol van die Franse militairen is geweest voor de bevrijding van Noord-Nederland en zeker ook van Assen. De Asser kolonel Harold de Jong heeft dat verhaal vorig jaar op een prijswaardige manier beschreven in zijn boek ‘Franse para’s in Drenthe.’

Ook toen het Canadese leger na heftige gevechten in de buurt van Hooghalen en Hijken met pakweg 4000 man aan Assen toe waren gebeurde dat niet zonder slag of stoot. De Assenaren hadden de dag ervoor en die nacht al wel de mitrailleurs en het kanongebulder gehoord uit de richting van Hooghalen, waar zes Canadezen sneuvelden. Tegelijk was een Canadese infanteriedivisie begonnen met een omtrekkende beweging via Rolde en Loon om de Groningerwegsebrug in handen te krijgen voor een vlotte opmars en om de Duitsers in Assen de pas af te snijden. Het was de para’s niet gelukt die brug al eerder veilig te stellen. Uiteindelijk hebben zich rond die brug de hevigste gevechten tussen de Canadezen en de Duitsers afgespeeld, onder meer door beschieting met fosforgranaten, die 72 jaar later nog eens uit het water zijn gevist.

Het was om 4 uur ‘s morgens wel het eerste stukje Assen dat bevrijd was. Voor Loon gold dat al de vorige avond. Om zes uur in de ochtend was de strijd al zo’n beetje over en zijn zeshonderd Duitse militairen krijgsgevangen gemaakt.

Organisation Todt

De vrees onder de inwoners voor een heftige strijd was ingegeven door het graven van de ‘Assener Stellungen’. Als onderdeel van een verdedigingslinie van Delfzijl tot Arnhem was de stad geheel omgeven door tankgrachten en loopgraven. Duizenden mannen zijn daarvoor door de Organisation Todt aan het werk gezet. De zigzaglijnen op de foto’s van de Royal Air Force lieten geen ruimte voor misverstanden. Het stelsel van tankgrachten en loopgraven was bedoeld om te voorkomen dat geallieerde tanks de ‘Heimat’ zouden bereiken en Assen was in dat doel een van de speerpunten. De Organisation Todt had er tienduizenden mensen voor geronseld, goedschiks en kwaadschiks. Een deel was ondergebracht bij gastgezinnen maar ook psychiatrisch sanatorium Port Natal zat vol ‘spitters tegen de vijand’. Onder hen ook Russische krijgsgevangenen. De Texelbank op de Brink herinnert nog altijd aan de komst van een grote groep Texelers, die moest meehelpen om Assen onneembaar te maken.

Ook de grootschalige mitrailleuroefening die jonge Duitse militairen een paar dagen voor de bevrijding kregen op de Brink in Assen gaf de indruk dat de stad stevig zou worden verdedigd.

Gevechten bij de Groningerbrug. Het stof van de strijd trekt op. Enkele soldaten van The Essex Scottish Regement zijn nog op hun hoede voor eventuele scherpschutters. Op de foto de Groningerstraat ter hoogte van de Kloekhorststraat. In het midden een bren-carrier. Links twee Canadezen in dekking tegen een huis en rechts een Canadees die langs een carrier beter zicht heeft op de situatie bij de brug. De foto werd genomen door Jan Otter en verscheen waarschijnlijk in de Prov. Drentsche en Asser Courant van 13 april 1946 (collectie Gemeentearchief Assen).

Assenaar Marten van Dijken heeft zich verdiept in die vroege uren van de ‘slag om Assen’ en meldt dat er op Graswijk en langs de Beilerstraat toch ook stevig is gevochten, maar dat geen enkele Assenaar dat echt had gezien. “Alle bewoners van die buurten hadden zich verstopt onder tafels of in kelders. Van wezenlijke ooggetuigenverslagen van die strijd is niets bekend.” Een buurman wist hem evenwel te vertellen dat er rond de marechausseekazerne aan het eind van de Beilerstraat meerdere mitrailleurnesten in houten bunkers onschadelijk moesten worden gemaakt. Omdat de weg langs het bos liep, waren de Canadezen zo beducht voor hinderlagen dat er volgens Van Dijken om de paar meter een handgranaat werd gegooid. Bij het café van de gezusters Eleveld (in de volksmond ‘de zes billen’), ter hoogte van de huidige Sparrenlaan, zou het spannend kunnen worden omdat er pal naast een bunker stond en direct na de Zuiderbegraafplaats een tankgracht het bos in liep met ernaast een grindbak met springlading. Maar de bunker bleek leeg, de Duitse verdediging was ijlings gevlucht. En de tankgracht? Die werd door een bulldozertank keurig dichtgeschoven. Het werk van de talloze spitters had geen zin gehad.

Verderop langs de Beilerstraat was het wel weer raak, want bij de HBS (nu RTV Drenthe) lagen volgens een ooggetuige die ochtend drie Canadese militairen onder een wit laken. Ook uit andere delen van de stad zijn meldingen bekend van gesneuvelde – meest Duitse – militairen.

Het einde nadert

Die dag zou blijken dat de Duitse verdediging van Assen vooral bestond uit oudere soldaten, die weinig vertrouwen meer hadden in de Führer. Grote groepen Duitse soldaten verlieten de stad voordat de gevechten begonnen. Tekenend is het verhaal van Clem Ervine, een jonge Canadese soldaat die in zijn eentje een stuk of dertig Duitse soldaten binnenbracht bij het Asser Huis van de Bewaring aan de Brink. De Duitse soldaten hadden zich verschanst rond de Groningerwegsebrug, waar ze direct gehoor gaven aan het bevel van de Canadees om zich over te geven. De man in kwestie was zichtbaar woest en tot alles in staat, omdat kort daarvoor zijn kameraad was doodgeschoten door een mitrailleurschutter in een bootje dat in het Kanaal lag.

Iets soortgelijks gebeurde met de soldaten die zich langs de spoorlijn bij het station hadden ingegraven. Toen er vanuit Rolde een Canadese jeep naderde werd een schreeuw van een van de inzittenden richting schuttersputjes niet beantwoord met een moordend salvo, maar met witte vlaggen, zo meldde een ooggetuige.

De nasleep

De rest van de dag was het vooral feest in de stad, zoals de meeste bevrijdingsfoto’s laten zien. Direct werd begonnen met het oppakken van NSB’ers en andere ‘foute’ inwoners: 700 in getal en nog eens 50 plunderaars. Tijdens dat proces vallen in de Julianastraat nog twee doden: een verschanste schutter en een bewoonster van die straat.

De brandweer kreeg het even heel druk. De Duitsers hadden twee huizen in brand gestoken en in de strijd gingen een boerderij op Graswijk, twee in Peelo en twee winkelhuizen in de stad in vlammen op. In de paar maanden daarna kregen de doorgaande wegen in Assen het zwaar te verduren omdat geallieerde troepen naar het Noorden en ook weer op de terugweg dwars door Assen moesten. Na de capitulatie wachtte het Westminster regiment in Assen nog een paar maanden op hun terugreis. Assen had in die tijd twee burgemeesters. Bothenius Lohman en de militaire ‘town major’ Yates. De ‘slag om Assen’ werd gevreesd, maar ging over.