Een reis door de tijd in het Asserbos

15 feb 2021

Het Asserbos, het stadsbos in hartje Assen, kent eigenlijk iedereen wel. Mensen rijden erdoor of fietsen erlangs om van a naar b te komen, er spelen kinderen, worden honden uitgelaten en verschillende hardloopgroepjes stappen meerdere keren per dag over de bospaden. Stilstaan doet men eigenlijk zelden. En dat is jammer, vindt stadsboswachter Marten van Dijken. Het stadsbos van Assen is namelijk een van de oudste bossen in Nederland en heeft daarmee een rijke historie.

Marten organiseert al enige tijd boswandelingen, waar hij de bezoekers meeneemt door de geschiedenis van de soms wel 400 jaar oude bomen in het bos. Hij start de wandelingen bij het monument van Wolter Hendrik Hofstede, grondlegger van het huidige Asserbos, waar hij vertrouwd zijn hand op de koperen schouder van Wolter legt. Zijn kleding is precies zoals die van een boswachter verwacht wordt: groen, warm en met stevige wandelschoenen. Hij valt op wanneer hij met zijn lange gestalte en bulderende stem trots van wal steekt: “250 jaar geleden werd Wolter Hendrik Hofstede, zoon van een dominee, aangesteld om 100 hectare woeste grond om te zetten naar een wandelbos, een deftig parkbos”.

“Deftig is een prachtig Duits woord”, legt Marten uit, “maar dit bos is Frans, met rechte en strakke lijnen”. Deze lijnen zijn allemaal gevormd door de pennenstreken van Wolter, die volgens Marten zijn tijd al ver vooruit was. Waar een aantal staatsbossen in Drenthe destijds gedeeltelijk beplant zijn met plantgoed uit Spanje en Italië, startte Wolter zelf een kwekerij waar hij de plantenbedden vulde met beukennootjes en eikennootjes uit het oude Asserbos. Marten wijst naar een onzichtbare lijn op de grond als hij vertelt waar de grens tussen het oude en nieuwe bos ligt. Hij glundert als hij uitlegt dat Wolter 250 jaar geleden besloot zijn nieuwe bos aan te laten sluiten op dat oude bos: “Hij wist waar hij af moest blijven”. Lodewijk Napoleon schonk het bos in 1809 aan de Assenaren, waarna het een levende erfenis werd.

Het behoud van het bos werd al veel eerder als van belang gezien. Rond 1260 vestigde het Maria in Campis kloostercomplex zich nabij het oude Asserbos. “Tot 400 jaar geleden wilde je hier niet zijn, sterker nog, je had hier niks te zoeken”, vertelt Marten. “Een klooster vestigt zich niet zomaar ergens, dat doen ze op een plek waar niks is. Alleen stilte”. Door de jaren heen werd er steeds meer hout uit het bos gekapt. Voor de VOC en de huizenbouw, maar ook voor de wagenmakers en de tonnenbouwers. Later, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd het hout van het Asserbos per trein naar Duitsland gebracht. Toch is veel grond van het oude bos onaangeroerd gebleven en dat is allemaal dankzij dat klooster: “Het klooster had zo’n dikke vinger in de pap dat ze op een gegeven moment gewoon zeiden ‘van dit bos blijf je af’ en dat was dat”, zegt Marten.

Martens wandeling voert door de verschillende delen van het Asserbos. Zo wandel je langs het hertenkamp, het bos uit de late Middeleeuwen en de vloerkleeduitklopplek, waar ene Lammert de vloerkleden van heel Assen uitklopte. Maar het brengt je ook naar het deel dat doet denken aan een gotische hallenkerk en natuurlijk het iconische witte bruggetje, waar Marten graag even stilstaat om de groep toe te spreken, precies zoals dominees dat jaren geleden deden. Op al deze plekken vertelt Marten geschiedenisverhalen over het Asser-Venetië, de Asser-aristocratie en het DNA van de bomen in het Asserbos.

Ondertussen houdt hij regelmatig even halt om je op een bijzonder bostafereel te wijzen, waar je anders geheid aan voorbij was gelopen. Soms is hij afgeleid door een specht, ijsvogel of reiger, waar hij interessante feitjes over weet te vertellen en die de voorbijgangers dikwijls laat glimlachen. Marten vertelt dat wandelaars hem altijd alles mogen vragen. Hij weet veel over dieren, planten en bomen. Tegelijkertijd benadrukt hij dat hij de wandelingen niet alleen voor die feitjes organiseert: “Mensen wandelen niet met mij om mijn feitenkennis, maar om mijn verhalenkennis”.

Het brengt Marten op de versnipperde geschiedenis van het Asserbos. Hij vertelt dat hij in het Drents Archief op zoek is naar een briefwisseling tussen Wolter en een vriend, “hij moet daar het bos haast wel in genoemd hebben”. Veel feiten over Wolter en het Asserbos zijn er dus wel, maar over de intentie is weinig bekend. Was hij zich er bijvoorbeeld bewust van dat zijn bos nu nog in zo’n goede staat zou verkeren? Wilde hij het nieuwe bos echt op het oude laten aansluiten, of had hij geen keus? En dan de strakke pennenstreken, waar nu elke dag overheen gewandeld wordt, waar heeft hij die keuze op gebaseerd? Het zijn vragen waar Marten zich nog iedere dag mee bezighoudt.

Frustrerend vindt hij dat niet, in tegendeel: “Ik vind het leuk om te bedenken hoe de geschiedenis van het bos ‘had kunnen zijn’. Nog leuker is het als mijn gedachtegang juist blijkt te zijn. Met elke wandeling door het bos kom ik dichter bij de geschiedenis, zonder te stoppen met me dingen af te vragen”. Volgens Marten is dat ook de essentie van het Asserbos. Het bos verwondert en brengt geborgenheid, iets wat we op dit moment meer dan normaal nodig hebben. “Het bos was er, is er, en zal er altijd zijn”, besluit Marten, “en dat bos is er voor iedereen”.

Voor vragen of informatie over wandelen in het Asserbos kunt u terecht bij info@vandenatuur.com.