Landgoed Valkenstijn; het groene hart van Assen-Oost

Landgoed Valkenstijn; het groene hart van Assen-Oost

15 jun 2021

Als je in Assen-Oost woont, ken je het zeker; het eeuwenoude landgoed Valkenstijn. Vroeger bekend als landgoed Vredeveld. Met iets meer dan 7 hectare grond, een van de oudste en mooiste delen van Assen. Nog niet enorm bekend bij alle Assenaren. Daarom staat hij nu in de spotlight. Aan de ingang van het landgoed vanaf de Vredeveldseweg loop je eerst de drukte in. Je hoort de jeugd op de pumptrackbaan, ouders met kinderen in en rondom de dierenweide. Heb je een hond? Er is een speciale speelweide voor je geliefde viervoeter. Loop je iets door, dan waan je je in een oase van groen en rust. Waarschijnlijk heeft de populaire tuinarchitect Roodbaard, begin 19e eeuw, ook hier zijn invloed gehad; verschillende waterpartijen, slingerende wandelpaden en romantische bankjes. Je ziet de vele soorten stinzenplanten die in het vroege voorjaar bloeien, de twee boomgaarden met verschillende soorten fruit en de knalgroene meidoornlaan die straks in het wit schittert. Op de achtergrond het geluid van een lachende groene specht. Henk Blouw van stichting Landgoed Valkenstijn en coördinator van de vrijwillige groengroep vertelt in vol ornaat. Voor hem uit loopt zijn border collie Holly, die haar weg in het gebied goed kent. De zon schijnt hoog aan de hemel. Het is een mooie middag.

Waar begint het verhaal van Valkenstijn? We gaan terug naar halverwege de 17e eeuw. As- senaar Zeino Joachim Vredeveld en Wolter- sum van Welvelde bouwde rond 1650 huis Vredeveld. Samen met zijn vrouw Josina van Roussell stichtten zij daar hun gezin. Het echtpaar kreeg twee zonen die helaas maar kort hebben geleefd. Ook Josina overleed snel. Zeino hertrouwde in 1655 met Aaltje van Douma. Zij kregen vier kinderen. In de twee natuurgetrouwe, gekopieerde gevelstenen die op het landgoed liggen, zijn beide familiewapens zichtbaar. De originele gevelstenen zijn te bewonderen in het Drents museum.

Een eeuw later kreeg Vredeveld de status ‘havezate’. Toenmalig eigenaar, Drents gedepu- teerde Herman Roelof Wolf van der Feltz, had het verzoek gedaan om het recht van haveza- te Bonnen (bij Gieten) te verleggen naar Vredeveld. En zo geschiedde. Wat is een havezate? Een versterkt huis, hofstede of hoeve. In die tijd een riddermatig goed. Vroeger had je aanzien als je een havezate bezat. Dan was je van adel; een vereiste om lid te worden van de ‘Ridderschap van Drenthe’. Helaas raakte Vredeveld deze status vijf jaar later alweer kwijt.

In 1842 kreeg het landgoed een nieuwe eigenaar én een nieuwe naam. Augustinus van Valkenstijn en zijn vrouw Louise Aubry d’Arancey kochten het prachtige landgoed en noemden het Valkenstijn. Beiden liggen er begraven. Hun imposante graftombe met een opvallend grafteken omheind met een metalen hek staat halverwege het landgoed. Na hun dood erfde het ‘armbestuur’ van de Rooms-Katholieke kerk, tot 1934 verhuurden ze het. Er lagen restauratieplannen klaar, maar daar is het nooit van gekomen.

Het huis raakte langzaam in verval. In de jaren ‘60 kwam Valkenstijn in bezit van de gemeente. Het monumentale landhuis met twee zijvleugels en een echte klokkentoren was niet meer te redden. Het cultureel erfgoed werd in 1966 gesloopt. Eeuwig zonde! Een paar jaar geleden hebben vrijwilligers het fundament van Valkenstijn in ere hersteld. De contouren van hoe het huis er ooit uitzag, zijn zichtbaar. Op de informatietafel lees je de geschiedenis en inrichting van het huis; een ingang met een enorme zware deur, een marmeren vloer, de mooie ontvangstkamer en de keuken waar het personeel elke dag zwoegde. Als je erin staat, je ogen sluit, stap je zo een paar eeuw terug in de tijd.

Wie houdt het landgoed zo groen en netjes? De gemeente, organisatie Cosis en de vrijwillige groengroep zorgen hiervoor. De taken zijn goed verdeeld. De stichting overlegt regelmatig met de gemeente en een aantal biologen over het beheerplan. De vrijwilligers zetten zich hiervoor met veel plezier in. Twee keer per maand komen ze samen: op de eerste en derde vrijdagmorgen van de maand. Het afgelopen jaar uiteraard minder vaak vanwege corona. De paden worden bijgehouden, prullenbakken worden geleegd, er wordt gesnoeid en gemaaid. “We willen de biodiversiteit stimuleren”, zegt Henk Blouw. Zo heeft de vrijwilligersgroep onlangs nieuwe aanwas geplant. “We laten een deel van het bos met rust. Dan leven de vogels, insecten en andere dieren en planten zoveel mogelijk in een rustiger natuurlijk habitat. Je moet de natuur daar zijn gang laten gaan”, vervolgt hij. Met trots vertelt hij over de kersenboom die inmiddels door ouderdom krom hangt, maar volop in bloei staat. “Dit is waarschijnlijk één van de oudste kersenbomen van Nederland’.

Die stinzenplanten, daar kun je niet omheen. Wat een weelde aan wilde voorjaarsbloeiers. Waarom heten ze stinzenplanten? Het woord “stins” komt uit het Fries. Het betekent ‘steenhuis’. Eeuwen geleden kon je het als landgoed- of kasteelbezitter permitteren om op de buitenplaatsen bloemen te planten. Tegenwoordig hoeft dat gelukkig niet meer. Ze bloeien overal. De meesten kennen de sneeuwklokjes, krokussen en narcissen. Maar het landgoed kent nog vele andere soorten. De wilde bosanemoon steekt overal zijn witte en soms wat paarse kop op, het lenteklokje krijgt steeds meer ‘voet aan de grond’ en de bijzondere holwortel doet zijn best.

De stichting zet zich niet alleen in voor onderhoud van het landgoed. Aan de rand van de boomgaard staat een mooi herinneringsbankje van één van de overleden vrijwilligers. In het weiland zie je een prachtig kunstwerk.

Daarnaast ontbrak er een belangrijk onderdeel bij het landgoed… een duiventil. Als je vanaf Amelte op de indrukwekkende, originele oprijlaan van het landgoed loopt, zie je hem staan. Alles door de stichting, in samenwerking met de gemeente, geregeld.

Ben je nog nooit op landgoed Valkenstijn geweest? Twijfel dan niet! Trek de wandelschoenen aan en ga op ontdekkingstocht.

Door Joyce Dantuma.