FRANS JANSEN - Alles van waarde en schoonheid is weerloos

FRANS JANSEN - Alles van waarde en schoonheid is weerloos
28 juli 2022

FRANS JANSEN (Steenwijk,1945) groeide op in de jaren na de pijn van de Tweede Wereldoorlog. De samenleving probeerde het leed en de verschrikkingen van die oorlog achter zicht te laten en keek vooruit naar een nieuwe toekomst. Toch liet die oorlog sporen na en de jonge Frans, al jong en begenadigd tekenaar, maakte al op 14 jarige leeftijd een grote tekening in wasco die de achterliggende oorlog als thema had en bovendien door een plaatselijke middenstander in zijn etalage werd getoond.


Na zijn opleiding aan de kunstacademie AKI in Enschede ontwikkelt hij zich op meerdere terreinen. hij schildert, tekent, maakt grafieken en ook monumentale, abstracte, sculptuur. Uiteindelijk vindt hij in de figuratieve schilderkunst zijn weg. Lang was de vrouw (bijvoorbeeld in zijn serie ‘Asser Beauties’) het centrale thema in zijn werk. sterk uitvergrote portretten van voornamelijk jonge vrouwen in een sterk coloriet geschilderd, werden zijn handelsmerk.

In zijn recente werk heeft de vrouw opnieuw de hoofdrol, echter nu in de context van destructie. De verschrikkingen van de oorlog die altijd diepe wonden slaat in de levens van velen. De Joegoslavische oorlogen in de jaren ’90 van de vorige eeuw liggen nog vers in ons collectieve geheugen en ook de wrede oorlog die nu in de Oekraïne woedt verontwaardigt de samenleving collectief. De beelden die we van de media zien, tonen ons vluchtende vrouwen en hun kinderen, opgejaagd door het geweld. De mannen blijven achter ter verdediging van hun land.

Het is alsof Jansen het heeft aangevoeld en daarom vrouwen is gaan schilderen in een context van destructie. In zijn huidige serie (2020 - 2022) plaatst hij zijn muze van 40 jaar geleden centraal. Ook zij kwam gedwongen naar Nederland, eerst naar werd verondersteld op basis van tijdelijkheid, maar wat naar later bleek permanent. Jansen zegt: ‘IN HAAR MOOIE HOOFD WOEDDE EEN OORLOG EN TOCH WAS ZE STERK, OONAFHANKELIJK EN TROTS. […] SINDS ER EEN OORLOG IN MIJ [Frans Jansen] WOEDT BEGRIJP IK JE PIJN BETER, IK HEB HAAR NU IN ECHTE OORLOGSGEBIEDEN GEPLAATST, FRAGIEL, MOOI EN WEERLOOS’.

De kunstenaar plaatst dus een geliefde uit het verleden in een oorlogsperspectief van nu, waarbij hij ook zijn eigen pijn omzet in schilderkunstige verbeelding. Acceptatie is moeilijk, ouder worden soms ook. Het thema oorlog in de beeldende kunst is natuurlijk niet nieuw. Eugene Delacroix verbeeldde in zijn ‘De Vrijheid die het volk leidt’ (1830), een vrouw als allegorie op de vrijheid in een decor van verwoesting en ook in het 20e eeuwse socialistisch realisme uit bijvoorbeeld de soviet-unie zien we vrouwen in een context van verwoeste steden. Maar wat Jansen doet is in zekere zin wel nieuw. Hij citeert uit zijn eigen oeuvre van lang geleden dat hij vervolgens in het samenhang van het nu plaatst. Verleden en heden komen zo bij elkaar even als herinneringen en actualiteit. De verwoeste stad zou overigens ook een metafoor voor zijn eigen, huidige situatie kunnen zijn. De kunstenaar mag het zelf zeggen.

HARRY TUPAN
Algemeen directeur Drents Museum