TT in het Asserbos

TT in het Asserbos
16 juni 2022

Een stel jochies van een jaar of tien, staan gespannen, met hun ellebogen op het stuur van hun fi ets, te kijken. Ze staan bij het witte bruggetje in het Asserbos, hun bos. Zal het hem lukken? Hij heeft het al eens eerder geflikt. Ger snuift z’n neus nog eens flink op en kijkt naar zijn fi ets, zijn fi ets waar hij zo trots op is. Zijn fi ets, duidelijk van de andere fi etsen te onderscheiden, hij is de enige met een lamp, een lamp op batterij!

Hij kijkt nog één keer goed om zich heen, elk takje trapt hij aan de kant. Het mag niet misgaan. Dan, met een vastberaden blik op zijn gezicht gaat hij met zijn fi ets 1 meter 20 naar achteren. Daar komt hij! De andere jongens houden hun adem in. Met een fl inke snelheid stuurt Ger zijn stalen ros over de buis, een grote ijzeren buis, die net naast het bruggetje over de oude Bosbeek ligt. Het gejuich uit alle kelen van de jongens is tot op de Beilerstraat te horen. Henk, één van Ger zijn boezemvrienden slaat hem triomfantelijk op zijn schouders. Tjonge wát een lef. Maar dan roept de tijd, de tijd om naar huis te gaan.
Jongens, zaterdag 11 uur bij de Bult, wedstrijdje doen? Met een laatste zwaai nemen de jongens afscheid. Tot zaterdag, bij de Bult. Echte Asser jochies, net als pa en moe, aan een half woord hebben ze genoeg, ze weten precies waar ze zaterdag moeten zijn.

 

Een dag, een zaterdag, ergens in 1950

Als in een decor van een zwartwit-film, zit de groep jongens boven op de berg van het Asserbos. Een begroeide bult zand, zand ooit afkomstig uit de vijver, toen die gegraven werd ter verfraaiing van het bos. De vijver met haar typisch Asser naam, de Nieuwe vijver. Ze voelen zich de koningen van het bos, de heren en meesters van hun bos. Er valt genoeg te kletsen, na te praten, over hun eerste schoolreisje, het eerste schoolreisje van hun leven. Naar Rolde zijn ze geweest, lopend, dat dan wel weer wel en terug. Veel liever waren ze op fi ets gegaan, maar dat mocht niet van meester. Chocolademelk hadden ze gehad én een sinaasappel.

Een paar grote paarden, aan hun hengsels stevig vastgehouden door een paar stoere mannen loopt voorbij over de Rode Heklaan. Ger wijst naar het lichtbruine paard met de blonde manen, hij weet het zeker. “Die was er laatst bij, op de Brink”, zei hij,” toen ze die dikke boom omtrokken.” Wel een paar dagen waren mannen met bijlen en schoppen bezig geweest een boom, een enorme eik, los te graven, midden op de Brink. Elke dag na school gingen ze even kijken hoever ze waren. En wat een mazzel de vierde dag, ze waren er net, was het zover. Met 4 paarden, van die grote Belgen, trokken ze die dikke boom om, wat een tafereel, en wat een mensen om dat te zien.